Columns van Smoel.nl

Toos
door Janske Mollen


Het is voor velen het meest onbegrijpelijke feest ever en het liefst zou een groot deel van de Nederlanders er helemaal niks mee te maken willen hebben. Als rasechte Brabander ben ik er mee opgegroeid en ik kan er dan ook niet om heen: carnaval.

“Hoho”, hoor ik oplettende lezers zuchten. “Da’s pas over twee weken!”
Helemaal correct. Maar voorpret is ook pret.
En dan mag je nóg blij zijn dat ik niet, zoals ettelijken hier, al vanaf de elfde van de elfde aan het warmdraaien ben.

Vroeger wist ik in november al wat ik eind februari zou gaan dragen en kon je me maanden vantevoren al zien glimmen bij de gedachte aan het feest dat komen zou.
Dit jaar was het anders. Mijn hoofd stond er niet naar, mijn portemonnee ook niet en het uitgaansleven in Bergeijk was van dien aard dat ik het somber in zag.

Maar een maand geleden begon mijn broer over carnavalskostuums te brainstormen tijdens een reclamebreak. En toen zei een vriendin uit Zwolle dat ze ook wel eens carnaval met me wilde vieren. Daarna kwamen er plannen voor een Fout Feest ter ere van haar verjaardag en een andere wederzijdse vriend. En ineens was Toos er weer.

Toos-De-Tilburgse-Achterbuurtsnol. Vijf jaar geleden vierde zij carnaval in het wilde uitgaansleven van Bergeijk-City. De barmannen waren onder de indruk van haar verschijning, de Bergeijkse bevolking vroeg zich laatdunkend af wat ‘dat mens hier te zoeken had’ en ik zat verscholen onder een blonde pruik, een enorme laag make-up en een walgelijke bontmantel te genieten van de ongekende mogelijkheden die een dergelijk kostuum had.

En dus speelde ik Toos in de kelderbar van Het Vliegende Paard. Als hoerenmadam heette ik iedereen welkom en terwijl ik Ramon’s vertwijfelde blik ving, bedacht ik dat carnaval in Bergeijk nog wel eens heel bijzonder kon worden dit jaar. Alaaf!

This site tracked by OneStat.com. Get your own free site tracker.