Columns van Smoel.nl

Goal!
door Luuk Ikink


Vroeger zat ik zelf ook nog op voetbal. Ik kon het redelijk, vond ikzelf. De trainers onder wie ik speelde waren het daar wel eens niet mee eens en ik zat regelmatig op de bank. Hulde aan de ouders, die er voor zorgden dat kinderen niet een hele wedstrijd op de bank zaten. “Het blijft tenslotte een spelletje”. Nou, geloof me, het is geen spelletje voor de trainers van jeugdelftallen. De meest fanatieke trainers vind je niet in het profvoetbal, maar bij de E-tjes bij uw plaatselijke voetbalclub. Meestal zijn het trouwens mensen met een snor. Heel raar is dat, maar iemand met een snor heeft blijkbaar meer capaciteiten als E-trainer.

Mijn mooiste voetbalmoment was tegen de Twentse club Denham. We stonden een kwartier voor tijd met 4-2 achter. Ik stond achter in het veld en ik weet bijna zeker dat de doelpunten niet mijn schuld waren. Of in ieder geval niet allemaal. Op een gegeven moment schreeuwde de trainer iets naar mij. Hij wuifde met zijn hand richting de overkant van het veld. Ik moest naar voren. Spits assisteren.

Als een echte van Hooijdonk sprintte ik naar voren. ‘Ik moet de ploeg redden, ik moet de ploeg redden’ gonsde er door mijn hoofd. De echte spits keek kwaad. Wat ik hier deed, als onervaren verdediger, moet ie gedacht hebben. We begonnen met een hoekschop, genomen door de rechtsbuiten. Ook die keek even vreemd toen ik met mijn ‘20 centimeter kleiner dan de rest’ tussen de mensen stond. Hij trapte, miste de bal half, die stuiterde door, richting mij en ik hoefde hem alleen maar in te tikken. Hoera! 4-3, met nog 10 minuten op de klok. Professioneel tikte ik de bal onder de arm van de keeper vandaan en legde hem in de sprint op de middenstip. “AFTRAPPEN EIKELS”, schijn ik geroepen te hebben.

We leven een minuut voor het einde van de wedstrijd. De druk van onze kant is groot, maar de bal wil er niet in. Ik strijd voor mijn team, vond ikzelf, maar aan een 4-3 verlies hebben we niks. Opeens komt de bal bij wederom de rechtsbuiten. Ik sta voor het doel, met om mij heen twee Denhammers. Rechtsbuiten speelt de bal, ik loop er naar toe, één Denhammer komt voor mij en raakt de bal aan en tikt hem in eigen doel. Maar. Door de verwarring lijkt het net alsof ik scoor! Dus ik juichen, word overspoeld met medespelers die me allemaal geweldig vinden en zo. En ik werd niet eens wakker, geweldig!

Later speelde ik nog veel vaker spits, maar zo’n wedstrijd als die speelde ik nooit meer. Ik was Maradonna en Kluivert ineen. Koning van het veld, gevreesd door de tegenstander. Ik was nummer 13 baby!

This site tracked by OneStat.com. Get your own free site tracker.