Columns van Smoel.nl

De drooglegging
door Janske Mollen


Jaren heb ik gedacht in de verkeerde tijd geboren te zijn. In de geschiedenis wilde ik leven. Louis Quatorze, Cleopatra, Julius Ceasar, Shakespeare, Jezus, Mao Tse Dong, Hitler, Kennedy, Bonifatius; ik had ze allemaal willen ontmoeten. De meest briljante tijd lijkt me nog steeds die periode dat Al Capone heerste in Chicago.

Het was ten tijde van de drooglegging, tussen 1920 en 1933, die voor bijna heel de Verenigde Staten gold. De maffia kwam op en misdaad, dranksmokkel en onderduik-café’s waren niet weg te denken. Ik was natuurlijk een tough lady die een clandestiene, alcoholrijke kroeg bestierde ergens in een achterafstraatje in Chicago. In een donkere wijk zou ik achterin een obscuur gebouw een etablissement hebben opgezet, waar vage types, stoere maffialeden en alcoholverslaafden vooral hun natje vonden. Overdag was ik een nette koopvrouw die naar haar man luisterde en voor de buitenwereld een deugdzame rol vervulde. Maar ’s nachts zou ik naar mijn kroeg gaan en tot in de vroege uurtjes alcohol aan de man – en een enkele vrouw – brengen. Ik zou stiekem rijk worden en mijn geld op slinkse wijze moeten wegmoffelen, om bij de autoriteiten geen achterdocht te wekken.

Zucht.

Teveel fantasie? Ik zie mezelf binnen nu en een jaar een clandestiene kroeg runnen. Ergens in een achterafstraatje in Eindhoven, Breda, of Tilburg. Vlak bij de grens met België, vanwege de smokkelroutes van weleer. Ik zal overdag het deugdzame leven leiden van een jongedame met een goede baan in een maatschappelijke sector. Want binnenkort wordt Nederland drooggelegd. Op één januari mag in geen enkele kroeg nog gerookt worden. Behalve in de mijne, want wie ontzegt er nu zijn burgers een van de nog spaarzame geneugten die er in een tijd van recessie nog resten?

This site tracked by OneStat.com. Get your own free site tracker.