Columns van Smoel.nl

Werk
door Wilbert Pot


Vorige week ben ik na een periode reizen, lamballen en freelancen, maar weer eens stevig aan de slag gegaan qua werk. Een stevige functie als accountmanager met meer dan 40 werkuren in de week. Ritme, regelmaat en stress. En ik moet zeggen: “Het is heerlijk!” Hoewel ik wel weer even moet wennen aan de werkgerelateerde bijkomstigheden.

Met stip op nummer 1: de file. Vandaag op de heenweg hield op de A4 een loslopende koe op de snelweg mij en mijn filegenoten een tijd vast, terwijl ’s avonds op de weg terug naar huis op de A12 een vrachtwagen met graan omgekieperd was, met als gevolg 11 km file. Twee uur later dan bedoeld arriveer ik bij mijn nederige stulpje, waarna ik snel op de fiets spring om nog op tijd wat noodzakelijke boodschappen te doen.

Op een gegeven moment zie ik iets fladderen voor mijn gezicht. Mijn eerste benauwende gedachten gaan uit naar zo’n vervelende asociale duif die al rijdend tussen de spaken van je fiets probeert te kruipen. Strijdlustig als die dakhazen zijn, had ik de stellige indruk dat dit grijze exemplaar zijn tactiek veranderd had en mij direct in het aangezicht probeerde aan te vallen. Dus in een instinctieve panische reactie probeer ik het beest weg te slaan. Was het mijn stropdas die omhooggefladderd was door de hoge fietssnelheid en de opwaaiende wind. Ach, laten we zeggen dat een eerste werkweek enige invloed heeft op de perceptie.

De volgende dag, probeer ik het openbaar vervoer. Ik koop een kaartje en nam plaats in de gele slurf. Vijfenveertig minuten later was ik op de plaats van bestemming! Oké, ik had een kilo bacillen verzameld van mijn proestende en hoestende buurman tegenover me en ik rook nog steeds de zweetgeur van de schyzofrene persoonlijkheid naast mij, die een telefoongesprek leek te voeren maar geen headset droeg en de uitstraling had alsof hij niet eens een telefoon met draaischijf kon bedienen.

Ik loop over het perron naar de stationshal, maar mijn aandacht wordt getrokken door een hoop kabaal achter mij: “Hallo, meneer!” Naast, voor en achter mij lopen zo’n 30 meneren dus ik voel me niet aangesproken: “Joehoe, maestro!” Enigszins geïrriteerd kijk ik om en er komt een oude man op mij af. “Weet u misschien wanneer de trein naar Utrecht gaat?” Ik kwam net uit Utrecht en boven het perron hingen de welbekende borden met: “Utrecht CS, 08:38 uur” Sociaal als ik ben vertel ik ‘m de tijd, waarop hij antwoord: “Vriendelijk dank voor de goede service. De NS heeft een goede werknemer aan u!”

En dan opeens weet je het… je wordt conducteur!

This site tracked by OneStat.com. Get your own free site tracker.