Columns van Smoel.nl
door Janske Mollen
Ik was twintig toen Christine, één van mijn beste vriendinnen, opgenomen werd in een ziekenhuis. Ze had al een tijdje last van rugklachten en kon haar rugzak niet meer dragen als ze naar college ging. Ze studeerde ergotherapie in Amsterdam en was een studente zoals honderden anderen.
De pijn ging niet weg en na langdurig onderzoek bleek het een holte in de ruggengraat. Die diagnose veranderde nog drie keer om uiteindelijk te eindigen bij kanker. Ongeneeslijk, niet tegenop te behandelen.
En dus lag ze in het Radboud-ziekenhuis in Nijmegen in bed. Met pijn, waarover ze niet praatte. Met angst voor de dood, waarover ze niet wilde of kon praten. Met een hele sterke wil om te overleven, waarover ze ook niet praatte.
Als vrienden gingen we allemaal één keer in de week en allemaal op zondag bij haar op bezoek. We praatten over ons studeren, over ons stappen, over onze ervaringen en belevenissen met jongens tegen haar. En zij luisterde en genoot van alle verhalen. Maar we spraken niet over hetgeen waarvoor ze in Nijmegen lag. Zelfs onderling spraken we onze angst en ons verdriet niet uit.
Totdat de zomer aanbrak. Ik ging met mijn ouders naar Frankrijk met mijn vaders belofte dat we terug zouden rijden als het fout ging. Ze was zo sterk dat het nog weken, maanden kon duren voordat het echt zou verslechteren of zelfs fout zou gaan. Vóór mijn vakantie ging ik nog een keer op bezoek.
En daar lag ze. Breekbaar in haar ziekenhuisbed, op een bewegende ondergrond van zand tegen het doorliggen. Ze was zo frèle, zo vermagerd, zo klein. Hoe neem je afscheid voor een vakantie als je niet weet of ze nog leeft als je terugkomt? We maakten grapjes en ik beloofde meteen na mijn vakantie terug te komen. Met een rechte rug en een lach op mijn gezicht, liep ik haar kamer uit.
Op de gang huilde ik al en voor de deur van het ziekenhuis heb ik, zittend op het trottoir, lang gehuild, voordat ik in de auto kon stappen om naar huis te rijden. Ik heb Chris niet meer levend gezien. In mijn vakantie stikte ze, ondanks de toegediende morfine, met haar volle bewustzijn.
Ik denk niet dagelijks aan haar, soms zelfs weken niet. Maar bij elke confrontatie met iemand die een bekende aan kanker ziet lijden., bij elk sterfgeval, voel ik mijn maag verkrampen en komt de herinnering aan de pijn, het verdriet en de angst weer op. De pijn, het verdriet om het verlies van een dierbare is universeel. Uit eigen ervaring meeleven met anderen is dus ook meestal oprecht. Mensen die het massale verdriet vanwege de dood van Guusje Nederhorst belachelijk maken, zijn mensen die niet weten wat medemense-lijkheid is. Die een ander niet in hun waarde laten. En juist daar zit de kern van een samenleving van verschillende individuën.
-
Archief
- december 2002
- januari 2003
- februari 2003
- maart 2003
- april 2003
- mei 2003
- juni 2003
- juli 2003
- augustus 2003
- september 2003
- oktober 2003
- november 2003
- december 2003
- januari 2004
- februari 2004
- maart 2004
- april 2004
- mei 2004
- juni 2004
- juli 2004
- augustus 2004
- september 2004
- oktober 2004
- november 2004
- december 2004
- januari 2005
- februari 2005
- maart 2005
- april 2005
- mei 2005
- juni 2005
- juli 2005
- augustus 2005
- september 2005
-
Webloggers
-
Lifeloggers
-
Schrijvers